EEN BOEK OVER ENERGIE, LICHAAM EN HERKENNING
Het Onzichtbare
Systeem
Hoe de energie die je niet ziet, bepaalt wie je wordt — en
waarom je lichaam je al die tijd al iets probeerde te
vertellen
twintig hoofdstukken over relaties, chakra's, het immuunsysteem en de weg terug naar
jezelf
Ten geleide
Dit boek begon als een gesprek. Niet het soort gesprek dat je voert om gelijk te
krijgen, maar het soort waarbij je hardop nadenkt en merkt dat er iets naar boven
komt dat groter is dan de vraag waarmee je begon. De vraag was simpel: wat
betekenen de relaties die je hebt, en de dingen die je doet, eigenlijk over wie je
bent? Het antwoord bleek allesbehalve simpel.
Wat volgt is een persoonlijke zoektocht naar de laag onder de laag: niet wat
mensen doen, maar waarom ze het doen, en niet wat het lichaam voelt, maar wat
het lichaam probeert te zeggen. Het gaat over de bruggen tussen dingen die we
gewend zijn gescheiden te houden — de energie die door ons heen stroomt, de
chakra's die haar richting geven, de aura die haar draagt, en het immuunsysteem
dat, wanneer we niet opletten, de rekening betaalt.
Je hoeft het niet met alles eens te zijn om er iets aan te hebben. Lees het zoals je
zou luisteren naar iemand die hardop nadenkt over zijn eigen leven: met aandacht,
met een korrel zout waar nodig, en met de bereidheid om af en toe verrast
te worden door een gedachte die je ogen opent voor iets wat je nooit eerder
had gezien.
HOOFDSTUK 1
Wat je relaties over je zeggen
Ben je jezelf eigenlijk wel, in de relaties die je hebt en de dingen die je doet? Dat is
de vraag waar dit boek mee begint, en het is een lastigere vraag dan ze klinkt.
Want het is niet moeilijk om te bedenken wat je zou moeten willen — het is veel
moeilijker om te voelen wat je werkelijk wilt, en nog moeilijker om het verschil
tussen die twee te zien.
De mensen om je heen, de manier waarop je je tijd besteedt, de keuzes die je elke
dag opnieuw maakt zonder erbij stil te staan: dat alles is niet toevallig. Het is de
optelsom van wat je hebt geleerd te bedoelen met "een goed leven", en die
betekenis is zelden helemaal van jezelf. Ze is meegegeven, aangeleerd,
overgenomen van ouders, van vrienden, van een maatschappij die allang een
antwoord klaar had voordat jij de vraag ooit stelde.
Dat is geen verwijt. Het is een uitnodiging om preciezer te kijken. Is dit — deze
relatie, deze baan, deze dagelijkse gang van zaken — echt wat jij bedoelt, of is het
wat jij hebt geleerd te bedoelen? Het verschil tussen die twee vragen is precies
waar dit boek over gaat.
HOOFDSTUK 2
Hoe de meeste mensen zichzelf niet kennen
Er is een eerste, ongemakkelijke waarheid die aan alles vooraf gaat: de meeste
mensen kennen zichzelf niet echt. Niet omdat ze dom zijn of niet hun best doen,
maar omdat ze zelden de kans hebben gekregen om zichzelf te leren kennen
zonder de bril van wat er van hen verwacht wordt.
Vanaf het moment dat we opgevoed worden, leren we onszelf zien door de ogen
van anderen: wat goed is, wat gewaardeerd wordt, wat "normaal" is. Dat begint al
vroeg, bij de opvoeding, en het zet zich voort in hoe de maatschappij is ingericht.
Bijna elke facet van je leven — hoe je je tijd invult, wat je belangrijk vindt, waar je
naartoe werkt — wordt gevormd door een omgeving die allang een richting had
voordat jij zelf iets koos.
Dat is niet erg op zichzelf; niemand groeit op in een vacuüm. Maar het wordt een
probleem wanneer je nooit meer de stap terug zet om te vragen: is dit nog steeds
van mij, of draag ik alleen maar verder wat mij is aangereikt? Zonder die vraag leef
je een leven dat er van buiten goed uitziet, maar van binnen leeg kan aanvoelen —
en dat gevoel van leegte is vaak het eerste signaal dat er iets niet klopt tussen wie
je bent en hoe je leeft.
HOOFDSTUK 3
De westerse wereld en het najagen van meer
In de westerse wereld leven we in een maatschappij die op een heel specifieke
manier is opgebouwd: eentje waarin voortdurend wordt gestreefd naar meer
materialistische zaken, en waarin een andere vorm van rijkdom — de innerlijke, de
rijkdom van het leven zelf — nauwelijks een plek krijgt. Dat rijkdom van het leven
wordt niet zomaar terzijde geschoven; hij wordt zelfs zelden serieus overwogen als
iets dat het najagen waard is.
Dat is geen toeval. Materiële vooruitgang is meetbaar, zichtbaar, vergelijkbaar.
Innerlijke rijkdom is dat allemaal niet. Je kunt geen salarisstrook laten zien van
hoeveel rust je voelt, geen aandeel kopen in hoe verbonden je bent met de mensen
om je heen. Dus wordt het ene nagejaagd omdat het meetbaar is, en het andere
vergeten omdat het dat niet is — ook al is het misschien het belangrijkere van
de twee.
De vraag die dit oproept is niet of geld of bezit slecht is. De vraag is wat er verloren
gaat wanneer een hele maatschappij collectief besluit dat alleen het meetbare telt.
Wat verdwijnt er, hoofdstuk na hoofdstuk van een mensenleven, als de andere
vorm van rijkdom — de rijkdom van het leven zelf — nooit de aandacht krijgt die
ze verdient?
HOOFDSTUK 4
De brug die ontbreekt
Als je die twee vormen van rijkdom naast elkaar legt — het materialistische en het
innerlijke — dan ontstaat er een gat. Iets dat de twee met elkaar zou moeten
verbinden, maar dat in onze manier van denken bijna nooit wordt benoemd. Dat gat
wil dit boek overbruggen door het energetische deel van onszelf erbij te betrekken:
de energie die door ons lichaam stroomt, de chakra's die haar structuur geven, en
de aura die haar energieveld vormt om ons heen.
Deze woorden klinken voor veel mensen zweverig, en dat is begrijpelijk in een
maatschappij die alleen gelooft in wat je kunt meten. Maar probeer ze eens niet te
lezen als mystiek, maar als een taal voor iets dat je al kent uit ervaring: het gevoel
dat je leeg raakt na een gesprek met een bepaald persoon, het gevoel dat je
oplaadt in de natuur, het gevoel dat er "iets niet klopt" nog voordat je kunt
uitleggen wat. Die gevoelens zijn de brug. Chakra's en aura zijn simpelweg een
manier om ze een naam en een structuur te geven.
En die brug staat niet op zichzelf. Ze loopt door naar het lichamelijke, naar iets heel
concreets: het immuunsysteem. De verbinding tussen je energetische systeem en
je immuunsysteem is waar dit boek uiteindelijk naartoe werkt, want daar wordt het
onzichtbare zichtbaar — in de vorm van gezondheid, of het gebrek eraan.
HOOFDSTUK 5
Chakra's: de zeven punten
waar energie samenkomt
Chakra's worden traditioneel beschreven als zeven energiepunten die langs het
lichaam liggen, van de basis van de wervelkolom tot de kruin van het hoofd. Elk
punt wordt geassocieerd met een ander deel van het leven: veiligheid en overleving
bij het onderste punt, creativiteit en gevoel net daarboven, persoonlijke kracht in
de maagstreek, liefde en verbinding bij het hart, communicatie bij de keel, inzicht
tussen de wenkbrauwen, en bewustzijn bij de kruin.
Je hoeft deze indeling niet letterlijk te nemen om er iets aan te hebben. Zie het als
een kaart van je innerlijk leven: een manier om jezelf te vragen waar de spanning
zit. Voel je onveilig? Dat trekt naar het onderste punt. Durf je niet te zeggen wat je
denkt? Dat trekt naar de keel. Chakra's geven taal aan iets dat anders vaag blijft —
een gevoel zonder woorden wordt, met deze kaart, een gevoel met een plek.
En net als bij elk systeem in het lichaam, geldt: wat lang onder spanning staat,
verzwakt. Een chakra die jarenlang "op slot" zit — omdat je nooit hebt geleerd te
zeggen wat je voelt, of omdat je nooit veilig genoeg was om te ontspannen — laat
dat niet onopgemerkt voorbijgaan. Het werkt door, ergens anders in het systeem.
HOOFDSTUK 6
De aura: het veld om je heen
Waar chakra's de punten zijn, is de aura het geheel: het energieveld dat je lichaam
omgeeft, gevoed door alle chakra's samen. Je kunt het je voorstellen als een soort
atmosfeer die met je meebeweegt — onzichtbaar voor de meeste ogen, maar
voelbaar genoeg dat mensen er woorden voor hebben zonder ooit "aura" te
zeggen: iemand die een kamer vult zonder iets te zeggen, iemand bij wie je je
meteen op je gemak voelt, iemand van wie je liever weggaat dan blijft, zonder
precies te kunnen zeggen waarom.
De aura is niet statisch. Ze verandert met je stemming, je gezondheid, je omgeving.
Ze kan groot en open aanvoelen op een goede dag, en klein en dichtgetrokken op
een dag dat je je moet beschermen. En net als een huid, is ze de grens tussen wat
van jou is en wat van een ander is — een grens die, wanneer ze goed functioneert,
je beschermt zonder je af te sluiten.
Het probleem ontstaat wanneer die grens vervaagt: wanneer je energie
voortdurend weglekt naar anderen, of wanneer je voortdurend energie van anderen
opneemt zonder het te willen. Beide vormen van vervaging putten uit. En uitputting
op het energetische vlak blijft zelden beperkt tot het energetische vlak alleen.
HOOFDSTUK 7
De verbinding met het immuunsysteem
Dit is misschien wel de belangrijkste brug in dit hele boek: de verbinding tussen je
energetische systeem en je immuunsysteem. Het idee is niet dat het een het ander
vervangt, maar dat ze met elkaar spreken — voortdurend, of je nu luistert of niet.
Wanneer je energetisch systeem lange tijd uit balans is — een dichtgetrokken aura,
een chakra die op slot zit, een voortdurend gevoel van onveiligheid of
onverbondenheid — dan is dat geen geïsoleerd, "zweverig" ongemak. Het is een
belasting op een lichaam dat toch al zoveel te doen heeft. En een lichaam dat
voortdurend belast wordt, heeft minder over voor de taken die het er eigenlijk bij
heeft: zichzelf verdedigen, zichzelf herstellen, in balans blijven.
De afgelopen jaren zijn veel mensen in de problemen gekomen door precies dit:
een immuunsysteem dat verzwakt raakte, niet uit het niets, maar na jaren van
energetische spanning die nooit een uitweg kreeg. Dat roept een vraag op die dit
boek serieus wil nemen: welke lessen kunnen we, misschien, vanuit een
energetisch perspectief trekken over wat er nodig is om weerbaar te blijven?
HOOFDSTUK 8
Terug naar de basis
Als de verbinding tussen energie en immuunsysteem klopt, dan volgt daar een
hoopvolle conclusie uit: we kunnen, gewoon door terug te gaan naar de basis,
beter voor ons eigen energetische systeem zorgen. Dat vraagt niet om iets
ingewikkelds of exotisch. Het vraagt om een paar simpele, terugkerende
gewoontes die de meeste mensen al kennen, maar zelden echt toepassen.
Terug naar de basis betekent: genoeg rust, genoeg tijd in de natuur, genoeg
eerlijke verbinding met andere mensen, genoeg ruimte om te voelen wat je voelt
in plaats van het weg te drukken. Het betekent ook: leren merken wanneer je
energie weglekt, en de moed hebben om daar iets aan te doen voordat het een
gewoonte wordt.
Dit is geen kwestie van perfectie. Niemand houdt zijn energetisch systeem altijd in
balans. Maar wie de basis kent en er af en toe naar terugkeert, bouwt een
veerkracht op die verder gaat dan het lichamelijke alleen — en die veerkracht
is precies wat nodig is wanneer het leven, zoals het altijd doet, weer wat van
je vraagt.
HOOFDSTUK 9
Natuurlijk energetische wezens
Een van de eenvoudigste en tegelijk meest onderschatte gedachtes in dit boek is
deze: we zijn van nature energetische wezens. Niet als aanvulling op wie we zijn,
maar als kern van wie we zijn. Alles wat we lichamelijk zijn, draait op iets wat niet
lichamelijk is — een stroom, een lading, een levendigheid die we vaak alleen
opmerken wanneer hij afwezig is.
Toch behandelen de meeste mensen zichzelf alsof ze uitsluitend een lichaam zijn:
iets dat je voedt, beweegt, laat slapen, en verder aan zijn lot overlaat. Dat is een
onvolledig beeld. Wie zichzelf ook als energetisch wezen erkent, gaat anders om
met zijn dagen. Dan wordt de vraag niet alleen "heb ik genoeg gegeten en
geslapen", maar ook "heb ik vandaag iets gedaan dat me energie gaf, en iets
vermeden dat me alleen maar leegtrok".
Dat klinkt bijna te simpel om waar te zijn, en toch is het precies de reden dat het zo
vaak wordt vergeten. De simpelste waarheden zijn vaak de moeilijkste om vast te
houden in een leven vol afleiding.
HOOFDSTUK 10
Onbewust bezig zijn met je eigen energie
De meeste mensen zijn zich er niet eens van bewust dat ze voortdurend, elke dag,
energetisch bezig zijn. Dat is een van de vreemdste dingen aan dit hele onderwerp:
het gebeurt sowieso, of je het nu erkent of niet. De vraag is niet óf je energetisch
systeem actief is, maar of je er bewust mee omgaat of niet.
Op het moment dat je jezelf dit ontkent — wanneer je eigenlijk al stap voor stap
merkt dat er iets speelt, maar het wegwuift als onzin of overgevoeligheid — dan
houd je jezelf als persoon geen rekening met wat er werkelijk gebeurt. En diezelfde
rekening houd je vaak ook niet met de mensen om je heen: je merkt niet wanneer
een ander leegtrekt, of wanneer jij dat bij een ander doet.
Dat ontkennen is zelden bewust kwaadaardig. Het is vaker gewoonte: we hebben
nooit geleerd naar dit deel van onszelf te luisteren, dus we doen het niet, en het
gebrek aan aandacht voelt na een tijdje als normaal. Maar normaal is niet hetzelfde
als gezond.
HOOFDSTUK 11
Waarom mensen niet naar
hun lichaam luisteren
Er zit een patroon achter het feit dat mensen zo slecht naar hun eigen lichaam
luisteren: veel mensen houden meer rekening met de woorden van anderen dan
met wat hun eigen lichaam hen vertelt. We zijn opgevoed om te luisteren naar
leraren, ouders, bazen, meningen op sociale media — naar bijna iedereen behalve
naar het signaal dat continu van binnenuit komt.
Dat lichaam gaat, na verloop van tijd, tegenstribbelen. Niet uit wraak, maar
simpelweg omdat een signaal dat nooit gehoord wordt, harder gaat spreken. Wat
eerst een vaag ongemak was, wordt vermoeidheid. Wat vermoeidheid was, wordt
een terugkerende klacht. En wat een terugkerende klacht was, kan uiteindelijk
uitgroeien tot ziekte.
Dit is niet bedoeld als een simplistische verklaring voor alle ziekte — lichamelijke
oorzaken bestaan, en dit boek doet daar niets aan af. Maar het is wel een
uitnodiging om, naast de lichamelijke verklaring, ook de vraag te stellen: heb ik lang
genoeg niet geluisterd naar wat ik allang wist?
HOOFDSTUK 12
Wanneer het lichaam ziek wordt
In essentie komt ziek worden vaak voort uit het feit dat het lichaam ziek is, maar
dat het lichaam uiteindelijk de energie in jou is — de energie die al die tijd al
hetzelfde probeerde te zeggen, in steeds luidere bewoordingen, tot het niet meer
te negeren viel.
Dit is misschien de meest confronterende gedachte in dit boek: dat ziekte niet
altijd iets is wat "je overkomt", maar soms iets is wat groeit uit jaren van niet-
luisteren. Niet als schuld — niemand kiest ervoor ziek te worden — maar als
patroon dat het waard is om te herkennen, juist om herhaling te voorkomen.
Want als ziekte soms een uiterste vorm van communicatie is, dan is de vraag die
daaruit volgt niet "hoe herstel ik zo snel mogelijk", maar "wat probeerde dit signaal
me eigenlijk al die tijd te vertellen, en luister ik nu wel?" Dat is een andere manier
van omgaan met gezondheid: niet alleen bestrijden wat zich aandient, maar ook
onderzoeken waar het vandaan komt.
HOOFDSTUK 13
Het verhaal van ons zoontje Marijn
Er is een persoonlijk voorbeeld dat dit alles concreter maakt dan welke theorie ook:
het geval van ons zoontje Marijn. Marijn had te maken met iets dat zijn oudere
levens met hem hadden meegebracht — waarin hij ervoor gekozen had al zijn
energie aan anderen te geven.
Wat dit voorbeeld zo waardevol maakt, is dat het laat zien hoe vroeg en hoe diep
dit patroon kan zitten: het geven van energie aan anderen ten koste van jezelf is
niet iets wat je als volwassene aanleert door een stressvolle baan. Het kan al
aanwezig zijn voordat een kind de kans heeft gehad om er zelf iets aan te doen,
meegegeven vanuit iets dat groter is dan dit ene leven.
Of je die verklaring letterlijk neemt of als beeldspraak leest voor "een
diepgeworteld patroon", het punt blijft hetzelfde: sommige patronen van energie
geven zonder grenzen zijn zo vroeg en zo diep verankerd, dat ze bewust erkend en
bewerkt moeten worden — ze verdwijnen niet vanzelf met de jaren.
HOOFDSTUK 14
Wanneer je al je energie aan anderen geeft
Het patroon dat in Marijn zichtbaar werd, is bij veel meer mensen aanwezig, zij het
meestal minder uitgesproken: de neiging om energie te geven aan anderen tot er
weinig meer overblijft voor jezelf. Dit patroon wordt vaak gewaardeerd door de
buitenwereld — het wordt aardig genoemd, zorgzaam, onbaatzuchtig — precies
omdat het zo weinig van anderen vraagt en zoveel geeft.
Maar een energetisch systeem dat alleen maar geeft en zelden ontvangt, raakt op
den duur uitgeput, hoe nobel het motief ook is. En een uitgeput energetisch
systeem is, zoals eerder besproken, direct verbonden met een uitgeput
immuunsysteem. Zorgzaamheid zonder grenzen is dus niet zomaar een
karaktertrek — het is een kwetsbaarheid die, onbewaakt, een prijs vraagt.
Dit betekent niet dat je moet stoppen met geven. Het betekent dat geven en
ontvangen in balans moeten zijn, net zoals ademen bestaat uit inademen én
uitademen. Wie alleen uitademt, houdt het niet lang vol.
HOOFDSTUK 15
Grenzen als vorm van zelfzorg
Als geven zonder grenzen een energetisch lek is, dan is een grens simpelweg het
herstel van dat lek. Een grens is geen afwijzing van de ander; het is een erkenning
van jezelf als iemand die ook iets nodig heeft, niet alleen iemand die iets te
geven heeft.
Grenzen stellen voelt voor veel mensen als een tekortkoming, alsof het "minder
aardig" is dan altijd beschikbaar zijn. Maar bekeken vanuit het energetisch
perspectief is het precies andersom: wie geen grenzen stelt, kan uiteindelijk niets
meer geven, omdat er niets meer over is. Een grens is dus niet het einde van
zorgzaamheid — het is de voorwaarde waaronder zorgzaamheid vol te houden is.
Dit vraagt oefening, vooral voor wie het patroon van eindeloos geven al jaren, of
zoals bij Marijn misschien al levens, met zich meedraagt. Maar elke keer dat je
een grens stelt en merkt dat de wereld er niet van instort, wordt de volgende keer
iets makkelijker.
HOOFDSTUK 16
Praktisch: je energetisch systeem verzorgen
Na alle theorie is het tijd voor iets concreters: hoe zorg je, in de praktijk van
alledag, voor je eigen energetisch systeem? Een paar gewoontes die in dit boek
steeds terugkeren, samengevat:
Merk waar je energie naartoe gaat. Sta een paar keer per dag stil bij de vraag:
voel ik me na dit contact, deze taak, dit moment, voller of leger? Die simpele vraag
maakt zichtbaar wat anders onopgemerkt blijft.
Bouw rustmomenten in zonder schuldgevoel. Rust is geen beloning voor hard
werken; het is onderhoud, net als slapen of eten. Behandel het ook zo.
Zoek de natuur op. Veel mensen merken, zonder het te kunnen verklaren, dat tijd
in de natuur hen oplaadt op een manier die weinig anders doet. Neem dat signaal
serieus, ook zonder verklaring.
Stel grenzen voordat je uitgeput bent, niet erna. Wachten tot je niets meer hebt,
is wachten tot het te laat is.
HOOFDSTUK 17
Wat dit betekent voor je relaties
Als je teruggaat naar de vraag waarmee dit boek begon — wat je relaties over je
zeggen — dan kun je die vraag nu met meer diepte beantwoorden. Een relatie
waarin je voortdurend geeft zonder te ontvangen, is niet alleen emotioneel
onbalans; het is ook energetisch onbalans, met alle lichamelijke gevolgen van dien.
Een goede relatie — met een partner, een vriend, een familielid — voelt vaak
precies zo aan als een gezond energetisch systeem: er is uitwisseling, er is ruimte
om te ontvangen, en er is geen voortdurend gevoel van leegtrekken. Wanneer een
relatie het tegenovergestelde doet, is dat een signaal dat het waard is om serieus
te nemen, ook al is het ongemakkelijk.
Dit betekent niet dat elke relatie perfect in balans moet zijn op elk moment — dat
bestaat niet. Het betekent dat je, net als bij je eigen energetisch systeem, de moed
moet hebben om te merken wanneer de balans structureel zoek is, en er iets aan te
doen voordat het lichamelijke ervan meepraat.
HOOFDSTUK 18
Terug naar wat rijkdom werkelijk is
Dit brengt ons terug bij het begin: de andere vorm van rijkdom, de rijkdom van het
leven zelf, die in onze maatschappij zo weinig aandacht krijgt naast het
materialistische. Nu, met het energetische perspectief erbij, wordt duidelijker wat
die rijkdom eigenlijk inhoudt.
Rijkdom van het leven is een energetisch systeem dat in balans is: relaties waarin
gegeven én ontvangen wordt, een lichaam waar voldoende naar geluisterd wordt,
grenzen die gerespecteerd worden, en momenten van rust en natuur die niet
worden opgeofferd aan nog meer productie. Dat is geen rijkdom die je kunt tonen,
maar wel een rijkdom die je kunt voelen — in je energie, in je gezondheid, in hoe het
is om wakker te worden.
Materialistische rijkdom en deze vorm van rijkdom hoeven elkaar niet uit te sluiten.
Maar wanneer je moet kiezen waar je je aandacht aan geeft wanneer de tijd, zoals
altijd, beperkt is, dan is dit boek een pleidooi om de balans wat vaker de andere
kant op te laten doorslaan dan onze maatschappij ons van nature aanleert.
HOOFDSTUK 19
Wat je ogen nu open kan zetten
Als er één ding is dat dit boek je wil meegeven, is het dit: veel van wat je als
vanzelfsprekend beschouwt over jezelf, je gezondheid en je relaties, verdient een
tweede blik. Niet omdat je iets fout doet, maar omdat er een laag onder de
oppervlakte ligt die zelden wordt belicht — de energetische laag die alles met
elkaar verbindt.
Vanaf nu kun je jezelf een paar vragen stellen die je eerder misschien nooit stelde:
geven mijn relaties me energie, of nemen ze die weg? Luister ik naar mijn lichaam,
of negeer ik het tot het niet meer te negeren valt? Jaag ik alleen materialistische
rijkdom na, of geef ik ook ruimte aan de andere vorm van rijkdom die minstens zo
belangrijk is?
Deze vragen hebben geen vast antwoord. Ze zijn bedoeld om terug te blijven
komen, telkens opnieuw, zodat je jezelf steeds een beetje beter leert kennen dan
de dag ervoor.
HOOFDSTUK 20
Slot: de weg terug naar jezelf
We zijn natuurlijk energetische wezens, en dat is de kern waar dit hele boek
uiteindelijk op terugvalt. Alles wat besproken is — de relaties die je hebt, de
opvoeding die je vormde, de maatschappij die je omringt, de chakra's en de aura,
de verbinding met je immuunsysteem, het verhaal van Marijn, de grenzen die je
mag stellen — komt samen in dat ene eenvoudige besef.
Terug naar de basis betekent niet teruggaan naar iets nieuws. Het betekent
teruggaan naar iets dat je altijd al was, maar dat ondergesneeuwd is geraakt onder
verwachtingen, gewoontes en een maatschappij die andere prioriteiten stelt. De
weg terug is niet ingewikkeld — hij vraagt vooral aandacht, eerlijkheid, en de
bereidheid om te luisteren naar wat je lichaam en je energie je al die tijd al
probeerden te vertellen.
Moge dit boek je ogen hebben geopend voor iets wat je nog niet wist, maar dat,
ergens diep vanbinnen, altijd al aanvoelde als waar.
OVER DE AUTEUR
Earl Liefden
Earl Liefden schrijft dit boek vanuit een ongewoon brede achtergrond: opgeleid als
criminoloog, en werkzaam als coach en hypnotherapeut, met bijzondere aandacht
voor ADHD. Die combinatie klinkt op het eerste gezicht misschien onwaarschijnlijk,
maar ze komt in dit boek voortdurend samen — de scherpe, onderzoekende blik
van de criminoloog die patronen wil doorgronden, en de zachtere, begeleidende
blik van de coach en hypnotherapeut die mensen wil helpen die patronen ook
daadwerkelijk te doorbreken.
Diezelfde blik richt zich in zijn werk regelmatig op ADHD: niet als iets dat
simpelweg "gemanaged" moet worden, maar als een andere manier van energie
hebben en energie kwijt kunnen, die veel te vertellen heeft over de thema's die in
dit boek centraal staan — aandacht, prikkels, balans, en de vraag wat een lichaam
en een geest werkelijk nodig hebben om in balans te blijven.
De gedachten in dit boek zijn dan ook niet alleen theorie. Ze zijn de neerslag van
jarenlange gesprekken met mensen die worstelden met precies de patronen die
hier worden beschreven: te veel geven, te weinig luisteren naar het eigen lichaam,
en te laat merken dat de balans al lang zoek was.