Wanneer Ben Je Jezelf Kwijtgeraakt?
Door Earl Liefden — Criminoloog | Onderzoeker | Auteur
Ik zat onlangs aan de waterkant.
Geen telefoon.
Geen afspraken.
Geen mensen om mij heen.
Alleen de wind.
Het water.
En mijn gedachten.
Soms heb je dat nodig.
Even afstand nemen van alles wat moet.
Want laten we eerlijk zijn...
We leven in een wereld waarin druk zijn bijna een statussymbool is geworden.
Als iemand vraagt hoe het gaat, hoor je vaak:
"Druk."
Alsof dat betekent dat je belangrijk bent.
Alsof dat betekent dat je succesvol bent.
Alsof dat betekent dat je goed bezig bent.
Maar is dat werkelijk zo?
Terwijl ik daar zat, dacht ik terug aan verschillende periodes in mijn leven.
Periodes waarin ik voortdurend bezig was.
Werken.
Regelen.
Oplossen.
Zorgen voor anderen.
Verantwoordelijkheden dragen.
Van buiten leek alles onder controle.
Maar van binnen?
Van binnen raakte ik steeds verder verwijderd van mezelf.
Niet ineens.
Het gebeurde langzaam. Zoals verf die van een muur bladdert — je ziet het pas als je heel
dichtbij komt, of als er al grote stukken zijn afgevallen.
Zo werkt zelfverlies ook.
Het is geen gebeurtenis. Het is een proces.
En het proces begint meestal met iets onschuldigs: een "ja" die eigenlijk een "nee" had moeten
zijn. Een dienst die je verleent omdat het makkelijker is dan weigeren. Een avond werken
omdat iemand anders het "toch niet af krijgt".
Op zichzelf betekent zo'n moment niets. Maar duizend van die momenten bij elkaar — dat is
een leven dat niet meer van jou is.
Hoofdstuk 1 — De Rechercheur In Mijzelf
Ik heb mijn hele carrière patronen bestudeerd. Als criminoloog leer je: gedrag herhaalt zich.
Mensen doen zelden iets voor de eerste keer — ze doen iets voor de zoveelste keer, en de
eerste keer was gewoon de keer die niemand zag.
Op een dag besloot ik dezelfde blik op mezelf te richten.
Niet als schrijver. Niet als spreker. Als onderzoeker.
Ik ging op zoek naar het bewijs.
Wanneer had ik voor het laatst iets gedaan puur omdat ik het wilde — niet omdat het moest,
niet omdat iemand het verwachtte, niet omdat het "verstandig" was?
Ik moest ver terugdenken.
Dat was het eerste bewijsstuk.
Een rechercheur trekt geen conclusies op basis van één aanwijzing. Dus ik zocht verder.
Ik keek naar mijn agenda. Vol.
Ik keek naar mijn telefoon. Altijd binnen handbereik.
Ik keek naar mijn gesprekken. Zelden over hoe het écht met mij ging.
Stuk voor stuk kleine aanwijzingen. Samen vormden ze een zaak.
De zaak van een man die zichzelf al jaren niet meer had gezien.
Hoofdstuk 2 — Het Statussymbool Druk
Vraag tien mensen hoe het gaat, en minstens acht antwoorden met een variant van "druk,
maar goed."
Het is bijna een automatisme geworden.
Druk zijn is de nieuwe manier om te zeggen: ik doe ertoe.
Niemand zegt meer trots: "Ik heb vandaag niets gedaan. Ik heb gewandeld, wat gelezen, en
verder niks." Dat voelt bijna als bekennen dat je tekortschiet.
Maar waarom eigenlijk?
Wie heeft bedacht dat rust een vorm van falen is?
Ik denk dat het begint met angst. De angst om niet mee te tellen. De angst dat als je stopt,
iemand anders je plek inneemt — op je werk, in je gezin, in de ogen van anderen.
Dus blijven we bewegen. Zelfs als er niemand kijkt.
Vooral als er niemand kijkt.
Want dan moeten we het onszelf bewijzen.
Dat is de valkuil: druk zijn als bewijs van eigenwaarde. Zolang je maar beweegt, hoef je niet
stil te staan bij de vraag of je nog wel weet wie er beweegt.
Hoofdstuk 3 — De Maskers Die We Dragen
In mijn werk zag ik vaak mensen die zich anders voordeden dan ze waren. Niet altijd uit
kwade wil. Vaker uit overleving.
Een masker is niet altijd een leugen. Soms is het een uitweg.
Op het werk draag je het masker van de professional.
Thuis draag je het masker van de sterke ouder, partner, kind.
Onder vrienden draag je het masker van degene die het altijd voor elkaar heeft.
Elk masker is functioneel. Elk masker heeft ergens een reden.
Het probleem ontstaat niet doordat je een masker draagt.
Het probleem ontstaat wanneer je vergeet dat het een masker is.
Wanneer je 's avonds laat, alleen, in de stilte van je slaapkamer, niet meer weet welk gezicht
daaronder zit.
Dat moment — dat oprechte "ik weet het even niet meer" — is niet zwak. Het is het eerlijkste
moment dat je kunt hebben.
Hoofdstuk 4 — Signalen Die Ik Negeerde
Terugkijkend waren er signalen. Genoeg signalen.
Ik werd sneller geïrriteerd om kleine dingen.
Ik sliep, maar werd niet uitgerust wakker.
Ik kon niet meer echt genieten van dingen die vroeger vanzelfsprekend fijn waren.
Ik voelde me schuldig als ik niets deed.
Ik was fysiek aanwezig bij mensen, maar mentaal ergens anders.
Elk van die signalen wuifde ik weg.
"Dat hoort erbij."
"Iedereen heeft dat."
"Volgende week is het rustiger."
Volgende week kwam nooit.
Als onderzoeker weet ik: een signaal negeer je niet omdat het onbelangrijk is. Je negeert het
omdat erkennen ervan iets zou vragen wat je nog niet kunt geven.
Tijd. Aandacht. De moed om iets te veranderen.
Hoofdstuk 5 — Wat Controle Je Werkelijk Kost
Controle voelt veilig. Dat is precies waarom we er zo aan vasthouden.
Als je alles regelt, kan niets je verrassen. Als je alles plant, hoef je niet te vertrouwen. Als je
voor iedereen zorgt, hoeft niemand te zien dat jij ook zorg nodig hebt.
Maar controle heeft een rekening. En die rekening komt altijd.
De prijs is meestal je innerlijke stem. Het zachte gevoel dat zegt: dit is niet goed voor mij. Hoe
langer je die stem negeert om controle te bewaren, hoe zachter hij wordt.
Tot je hem op een dag niet meer hoort.
Dat is het moment waarop mensen tegen mij zeggen: "Ik weet niet meer wat ik wil." Niet
omdat ze het nooit wisten. Omdat ze het zo lang genegeerd hebben, dat het stil is geworden.
Stilte is geen afwezigheid. Stilte is vaak een stem die is opgegeven te roepen.
Hoofdstuk 6 — Terug Naar Het Water
Waarom koos ik die dag voor het water?
Ik denk omdat water niets van je vraagt.
Het beoordeelt je niet. Het wacht niet op een antwoord. Het beweegt in zijn eigen tempo, of jij
daar nu bij zit of niet.
Er is iets ontwapenends aan een omgeving die niets van je vraagt. Voor het eerst in lange tijd
hoefde ik niets te presteren. Niet productief zijn. Niet iemand geruststellen. Niet een
probleem oplossen.
Alleen zitten. Kijken. Ademen.
In die stilte kwamen de vragen vanzelf naar boven. Niet omdat ik ze zocht, maar omdat ze
eindelijk de ruimte kregen die ze al die tijd niet hadden gehad.
Wie ben ik, als ik niets hoef te doen?
Wat vind ik nog leuk, los van wat nuttig is?
Wanneer heb ik voor het laatst gelachen zonder reden?
Ik had geen antwoorden. Maar voor het eerst in tijden had ik wel de vragen weer terug.
En dat is meer dan het lijkt. Wie de vragen weer durft te stellen, is al onderweg naar zichzelf.
Hoofdstuk 7 — Het Verschil Tussen
Alleen Zijn En Eenzaam Zijn
We zijn bang voor alleen zijn, omdat we het verwarren met eenzaam zijn.
Maar het zijn twee heel verschillende dingen.
Eenzaamheid is een gemis. Alleen zijn is een keuze.
Eenzaamheid voelt leeg. Alleen zijn kan juist vol voelen — vol van jezelf, in plaats van vol van
iedereen om je heen.
De reden waarom zoveel mensen zichzelf kwijtraken, is dat ze nooit meer alleen zijn. Niet
echt. Er is altijd een scherm, een gesprek, een notificatie, een verplichting.
Er is geen ruimte meer om jezelf tegen te komen.
En als je jezelf nooit tegenkomt, hoe kun je dan ooit merken dat je bent veranderd — of dat je
bent kwijtgeraakt?
Hoofdstuk 8 — Kleine Stappen Terug
Niemand vindt zichzelf terug in één groot gebaar.
Er is geen vakantie lang genoeg, geen retraite diep genoeg, geen boek — ook dit boek niet —
dat in één keer alles oplost.
Zelfverlies gebeurde langzaam. Zelfherstel gaat ook langzaam.
Dus begon ik klein.
Tien minuten per dag zonder telefoon.
Eén "nee" per week, uitgesproken zonder uitleg.
Eén vraag aan mezelf, elke avond: wat heb ik vandaag voor mezelf gedaan?
De eerste weken was het antwoord vaak: niets.
Maar ik bleef de vraag stellen. En na verloop van tijd begon het antwoord te veranderen.
Een wandeling. Een bladzijde gelezen. Een gesprek gevoerd zonder haast.
Klein. Maar van mij.
Hoofdstuk 9 — Grenzen Als Bewijsstuk
Een grens stellen voelt voor veel mensen als iets afnemen — van een ander, of van jezelf ten
opzichte van hoe je gezien wilt worden.
Maar een grens is geen afname. Een grens is bewijs.
Bewijs dat er weer iemand binnen die grens woont.
Zolang je geen grenzen stelt, is er in feite niemand thuis om te beschermen. Alles en iedereen
mag naar binnen, want er is geen deur.
Toen ik voor het eerst weer "nee" zei — gewoon, zonder excuus — voelde het oncomfortabel.
Bijna schuldig.
Maar die avond sliep ik voor het eerst in maanden zonder dat mijn gedachten bleven malen.
Een grens is niet onaardig. Een grens is de eerste stap terug naar jezelf.
Hoofdstuk 10 — Wie Je Was Voordat Het Moest
Denk terug aan wie je was voordat alles moest.
Voordat er een carrière was om te onderhouden, verwachtingen om aan te voldoen, mensen
die van je afhankelijk waren.
Wat deed je toen, puur voor de lol?
Ik herinnerde me een jongen die uren kon zitten tekenen. Die dingen uit elkaar haalde,
gewoon om te zien hoe ze werkten. Die vragen stelde — veel te veel vragen, volgens de
volwassenen om hem heen.
Die nieuwsgierigheid is niet verdwenen. Ze is bedolven geraakt.
Onder verplichtingen. Onder verwachtingen. Onder het idee dat volwassen zijn betekent dat
je stopt met spelen.
Maar de jongen — of het meisje — die je was, is er nog. Ergens onder alle lagen die je later
hebt opgebouwd.
Zelfherstel is voor een groot deel: teruggraven naar wie daar altijd al was.
Hoofdstuk 11 — De Mensen Om Je Heen
Als je verandert, veranderen je relaties mee. Dat is onvermijdelijk.
Sommige mensen zullen blij zijn dat je weer meer jezelf wordt. Anderen zullen dat lastiger
vinden — vooral degenen die baat hadden bij de versie van jou die altijd "ja" zei.
Dit is geen reden om te stoppen.
Het is juist een bevestiging dat je iets aan het veranderen bent dat de moeite waard is.
Een relatie die alleen standhoudt zolang jij jezelf wegcijfert, is geen relatie — het is een
regeling. En regelingen mogen heronderhandeld worden.
De mensen die echt om je geven, zullen niet rouwen om de grenzen die je stelt. Ze zullen
opgelucht zijn dat ze eindelijk met de echte jij te maken hebben.
Hoofdstuk 12 — Rust Is Geen Beloning
Veel mensen behandelen rust als iets dat je moet verdienen.
Eerst de taken. Dan pas de rust. Eerst genoeg presteren. Dan pas mag je stilstaan.
Maar op die manier komt rust nooit. Er is altijd nog een taak. Altijd nog iets dat "eerst" moet.
Rust is geen beloning voor gedaan werk. Rust is een voorwaarde om werk — en leven — vol
te houden.
Ik moest leren rust te nemen zonder dat ik het had "verdiend". Gewoon omdat ik het nodig
had. Dat voelde in het begin oneerlijk, bijna lui.
Maar niemand noemt ademen lui. En rust is voor de geest wat ademen is voor het lichaam.
Hoofdstuk 13 — Wat Ik Leerde Van
Mensen Die Alles Kwijt Waren
In mijn werk sprak ik met mensen die letterlijk alles hadden verloren — vrijheid,
bezit, aanzien.
Wat mij altijd trof, was dit: degenen die het beste overeind bleven, waren niet degenen met
het meeste geld of de meeste connecties.
Het waren degenen die, ondanks alles, nog wisten wie ze waren.
Een identiteit die niet afhankelijk was van functie, bezit of goedkeuring van anderen, bleek de
sterkste basis die een mens kan hebben.
Alles kan worden afgenomen. Je baan. Je huis. Je reputatie.
Maar wie je in de kern bent — dat is het enige bezit dat niemand van je kan afpakken, tenzij jij
het zelf al bent kwijtgeraakt.
Dat is precies waarom dit onderwerp me niet loslaat. Zelfverlies is een verlies dat je jezelf
aandoet, sluipenderwijs, met de beste bedoelingen.
Hoofdstuk 14 — De Vraag Die Alles Verandert
Als ik één vraag zou mogen achterlaten, is het deze:
Doe ik dit omdat ik het wil, of omdat ik bang ben voor wat er gebeurt als ik het niet doe?
Stel die vraag bij je werk. Bij je afspraken. Bij de mensen om je heen. Bij de manier waarop je
je vrije tijd invult.
Je zult merken dat een verrassend groot deel van je leven wordt gestuurd door angst,
gewoonte, of de verwachtingen van anderen — en een verrassend klein deel door een oprecht,
eigen verlangen.
Dat is geen reden voor schaamte. Het is een uitnodiging.
De uitnodiging om, stap voor stap, dat percentage te laten verschuiven.
Hoofdstuk 15 — Terugvallen Hoort Erbij
Ik zou liegen als ik zei dat ik nooit meer terugval.
Er zijn nog steeds weken waarin ik te veel "ja" zeg. Waarin ik mezelf verlies in de waan van de
dag. Waarin ik 's avonds merk dat ik de hele dag niet echt aanwezig ben geweest bij mezelf.
Het verschil is niet dat het niet meer gebeurt.
Het verschil is dat ik het nu sneller merk.
Vroeger duurde het jaren voor ik doorhad dat ik mezelf kwijt was. Nu duurt het dagen.
Soms uren.
Dat is geen perfectie. Dat is vaardigheid.
En vaardigheden bouw je op door oefening, niet door één moment van inzicht aan het water.
Hoofdstuk 16 — Voor Wie Dit Herkent
Misschien lees je dit en herken je jezelf in elk hoofdstuk.
Misschien ben jij ook al lang niet meer aan het water gaan zitten. Misschien is jouw agenda
ook een muur zonder kieren.
Als dat zo is: je bent niet de enige, en je bent zeker niet te laat.
Er is geen deadline voor het terugvinden van jezelf. Er is geen leeftijd waarop het niet meer
kan. Er is geen puinhoop die te groot is om aan te beginnen op te ruimen.
Het enige wat nodig is, is een eerste, klein moment van eerlijkheid.
Een moment waarop je jezelf de vraag durft te stellen die je al zo lang ontweek.
Slot — Terug Naar De Waterkant
Ik ga nog steeds terug naar die plek aan het water.
Niet omdat er iets magisch aan die specifieke plek is, maar omdat het me eraan herinnert
waarom ik daar ooit ging zitten.
Niet om te vluchten. Om terug te vinden.
Het onderzoek naar jezelf stopt nooit helemaal. Er komen nieuwe periodes, nieuwe
verantwoordelijkheden, nieuwe manieren om jezelf kwijt te raken.
Maar nu weet ik tenminste waar ik moet zoeken.
En dat is misschien wel het belangrijkste bewijsstuk van alles: niet dat je jezelf nooit meer
kwijtraakt, maar dat je altijd weer weet hoe je jezelf terugvindt.
Dus, aan jou die dit nu leest:
Wanneer heb jij jezelf voor het laatst gezien?
— Earl Liefden